Beste watersporter

September alweer. De dagen korten snel. Het einde van het vaarseizoen nadert voor velen van ons in rasse schreden. Schepen gaan komende maanden, in afwachting van het volgend vaarseizoen, naar hun plaats in de winterberging of op de wal. Hun bazen denken na over eventuele aanpassingen of verbeteringen naar aanleiding van ervaringen in het seizoen. De “must do” lijst voor noodzakelijke klussen ontstaat als vanzelf. Vooruitkijkend naar een nieuw vaarseizoen komt daar in de loop van de winter altijd wel een “to do” lijst bij die nieuwe vaaravonturen mogelijk moet maken.
Najaar en winter betekenen ook het einde van deze rubriek waarin havenmeesters, sluiswachters, vuurtorenwachters, vrijwilligers van de KNMR, bemanning van de PW 17 van Rijkswaterstaat je hebben geïnformeerd over hun werkzaamheden en hun kijk op de watersport. Meestal vanuit een veiligheidsperspectief.
Op de site van nautisch-instituut-noord-nederland is hun informatie zo mogelijk wat uitgediept.
Wat mij in alle gesprekken met deze professionals is opgevallen is de rustige professionaliteit, dienstbaarheid en betrokkenheid bij het water, de beroepsbeoefenaar en de watersporter. Waarbij veiligheid altijd op de eerste plaats komt.
Zij blijken goed benaderbare professionals te zijn die graag, als daarom wordt gevraagd, informatie geven en de watersporter van dienst zijn. Handhaving speelt natuurlijk een rol maar ik heb vaker een luisterend en begrijpend oor en een vermanend gesprek dan een “wijzend vingertje” beluisterd..
Algemene conclusies zijn toch ook de vergrijzing binnen de watersport, de verschuiving van bezit naar huren, afnemende vaarvaardigheid en kennis van het vaarreglement met name binnen de categorie huurders, het veelal onvoldoende voorbereid op reis gaan, het gaat hier om de juiste kaarten en routeplanning.
Ik dank al deze beroepsbeoefenaars hartelijk voor hun openheid en het inkijkje dat ik mocht hebben in hun keuken.

John Coenders watersporter en columnist
John Coenders watersporter en columnist

Wil jij als watersporter een bijdrage leveren aan het uitbouwen van een informatieve site voor Noord – Oost Friesland, door artikelen te schrijven of door voorstellen te doen over nieuwe onderwerpen voor het volgend seizoen in deze krant dan kan dat op en via www.nautisch-instituut-noord-nederland

De KNRM HELPT APP

Sietze van de Wal, plaatsvervangend schipper op de KNRM-reddingsboot van Lauwersoog ziet tevreden “zijn” haven “snel vol lopen met schepen terwijl het water wegloopt met het afgaande tij”. Op 9 augustus 2018 geeft de getijden tabel hoogwater op 09.10. Het is ongewoon druk voor de sluis. Niet verwonderlijk. Na weken van schitterend weer is er vandaag code geel afgegeven: harde wind en onweer. “Deze watersporters nemen naar aanleiding van de waarschuwingen de juiste maatregelen”. Veiligheid voor alles.
Sietze, een bedachtzaam formulerende Groninger van 44 jaar uit Lauwerzijl, komt los op het moment dat hij vertelt over een paar mooie reddingen. “Daar doe je het tenslotte voor”.

KNRM-Lauwersoog
Na de tweejarige opleiding van de KNRM te hebben afgerond, op de wal heeft hij een leidinggevende functie, wordt hij uiteindelijk plaatsvervangend schipper op de Annie Jacoba Visser. “Op de reddingsboot varen 5 vrijwilligers, die elk hun eigen kwaliteiten hebben. Denk aan navigatie, communicatie, werken met lijnen, leidinggeven”, legt Sietze uit.
De professionele kwaliteit wordt bewaakt en gecontinueerd door elke maandagavond te trainen en vaardigheden te automatiseren.
Iedereen is in principe welkom op de opleiding, waarbij drive “om te willen helpen” leidend moet zijn (ben je geïnteresseerd, kijk dan op KNRM.NL).
De opleiding en de trainingsavonden bereiden de bemanningen voor op de 50 – 70 maal dat de reddingsboot moet uitvaren: ”En als we worden opgeroepen, zijn we binnen 17 minuten op het reddingsstation,” zegt Sietze, maar “voorkomen is altijd beter dan genezen, en calamiteiten ontstaan meestal als gevolg van gebrekkige voorbereiding”.
Hij somt op: materiaal niet in orde (motorstoringen), geen reddingsvesten aan als mensen uit varen, de weerberichten niet goed beluisterd, geen goede tochtvoorbereiding. Maar het meest wonderlijke is dat sommige watersporters op het Wad varen met oude kaarten. Vier van de vijf schippers blijken bij een calamiteit te hebben gevaren met verouderde kaarten.” Het advies van Sietze luidt dan ook: “Plan je reis en reis je plan.”

Zorg bovendien dat er altijd een lijst met marifoonkanalen en telefoonnummers voor noodgevallen voor het grijpen ligt en dat de bemanning dat ook weet. Is er geen marifoon aan boord dan is er altijd 112. En een “must” is de gratis “KNMR helpt–app’’ voor mobieltjes. Naast veel informatie en hulp bij het voorbereiden van een vaartocht zit er een “bel voor hulp” knop op. Bij activering wordt automatisch de actuele positie meegestuurd, waardoor eventuele hulp doelgericht, effectief en professioneel wordt ingezet.

John Coenders

Meer informatie over de opleiding en de KNRM zie de site van de KNRM Lauwersoog. KNRM.NL/Lauwersoog. Zie ook www.nautisch-instituut-Noord-nederland.nl

Men hat de wyn net yn ‘e mouwe

Het is 12 mei 1983. Ik vaar, als beginnend zeilinstructeur, met vier cursisten op de Terkaplester poelen bij het Sneekermeer. Een mooie instructiedag, strakblauwe hemel met een matig Zuidenwindje. Rond twee uur krimpt de wind en valt er een soort zondagsochtendstilte over het meer. Er klopt iets niet, maar ik kan het niet duiden. Intuïtief geef ik de cursisten een opdracht die ons terug brengt naar het Jentjemeer.
Op het moment dat we de Jurgensloot invaren wordt een nog flauwe windvlaag uit het niets gevolgd door zeer krachtige windvlagen. Onder vol tuig weet ik niets beter te verzinnen dan met een enorme opschieter tot de kiel het weiland op te schuiven. Zeilen naar beneden en een volledige storm raast korte tijd over ons heen. Boten op het meer slaan om en achteraf blijkt de “kanaalrat” enorme ravage te hebben aangericht in watersportend Nederland.
De weerkaarten in die tijd waren nog niet zo fijnmazig als nu. En de snel uitdiepende depressie in het kanaal was, tot kort tevoren, op geen weerkaart te zien.
Vanaf dat moment is mijn interesse in alles wat met weer te maken heeft alleen maar aangewakkerd, op zee en later ook in allerlei landsituaties als buitensporter.
2018. Met mijn rug sta ik naar de Zuidwestenwind, die al stevig doorzet. Boven de lage bewolking zie ik op 10 km hoogte de cirrusbewolking in fijne slierten vanuit het Noordwesten aan komen drijven.
Het is weer eens zo’n ochtend dat de ene na de andere zware wolkenpartij over het schip jaagt, afgewisseld door een felle lage zon die de schaduwen van de lage en middelhoge cumulus verdiept en de ijle cirrusveren witter dan wit tekent in blauw. De regels van de “ crosswinds” geven inzicht in veranderende dan wel stabiele weerssituaties. Als de benedenwind haaks staat op de bovenwind zal de weerssituatie veranderen.

Kennis van het weer is een noodzakelijke voorwaarde voor elke watersporter, wadloopgids en buitensporter. Weerkaarten en wolkenbeelden in combinatie met barometer, temperatuurmeter en vochtigheidsmeter geven veel informatie over de actuele en lokale weerssituatie.
Omdat het weer geen toestand is maar een gebeurtenis zijn regelmatige observatie en vastlegging een must. En wat is er nu mooier dan in een vaarvakantie, met een paar goede weerboeken aan boord, elke dag een betere weerman of vrouw te worden.
Meer informatie over depressies, straalstroom, sites en weerboeken op: www.nautisch-instituut-noord-nederland.nl

John Coenders

Havenmeesters

Gerke-HavenmeesterMet Gerke sta ik op de kettingbrug in Dokkum. Een sloep vaart richting admiraliteitshuis.
“Als Bruggeld regelingen op een dusdanige manier worden aangepast dat kleinere schepen meer de weg door de binnenstad kiezen zullen deze scheepjes daar eerder afmeren voor een boodschap of een terrasje. En dat is goed voor de uitstraling en de reuring in Dokkum” zegt Gerke Jagersma. Havenmeester van misschien wel een van de drukste(10.000 passanten) passantenhavens van Nederland. Dokkum ligt op de staande mastroute en is de poort voor recreatievaart naar N.O. Friesland en Groningen.


Rob-HavenmeesterMet Rob Meijers spreek ik aan boord van mijn schip voor de wal aan het Grutdjip in Dokkumer Nieuwe Zijlen. Een schilderachtige passantenplek die nog niet altijd goed wordt gevonden . Rob is Eigenaar /havenmeester van het Lunegat. Een ruim opgezette jachthaven (350 ligplaatsen) aan de Oostkant van de Lorésluis aan de Zuid–Westkant van het Lauwersmeer. Een jachthaven die past bij Rob, groot, breedlachs, goedgehumeurd en dienstbaar.


Beide mannen zijn zelfstandig ondernemer. Met verschillende bedrijven, en met een groot hart voor de watersporter. Flexibele aandacht, even helpen met een lijntje, wellicht met verhalen om wat meer ruimte te maken, contact maken met de passant, eventueel vaaradvies geven. Maar ook zorgen dat de vuilnis twee keer per dag wordt opgehaald, de havengelden geïnd, altijd beschikbaar zijn (ook s’ nachts bij calamiteiten) zijn voor Gerke vanzelfsprekende zaken.. Ook Rob heeft dienstbaarheid hoog in het vaandel; aanwezig zijn, zien dat schepen binnenvaren, assistentie bij afmeren voor passanten. Voor ligplaatshouders gaat het vooral om het scheppen van randvoorwaarden, goede prijs/kwaliteitsverhouding. Een haven die in orde is en er goed uitziet, goede winterstalling voorzieningen, ruime parkeerplaatsen, mogelijkheden tot (zelf) werkzaamheden, deskundig advies m.b.t. reparaties en een goed en beschikbaar netwerk met vakmensen uit de regio. Maar deze mannen kijken verder dan hun eigen havens. Projecten doorontwikkelen en afmaken is hun devies.
Zij volgen de ontwikkelingen van de infrastructuur voor de watersport in Noord – Oost Friesland op de voet.
De Zuider – Ee route biedt kansen aan ondernemers als deze klaar is. Het wachten is nog op de Schapensluis bij Dokkum en het doortrekken van de Zuider Ee naar Esonstad. Hulde voor de overheid tot zover. Maar er is ook wel wat kritiek. Veelal stopt de medewerking van overheden als infrastructurele projecten zijn afgerond. “ Maar dan begint het pas voor de ondernemer” zo hoor ik van beide mannen. “Bijvoorbeeld realiseren van insteekhaventjes bij horecavoorzieningen, betaalbare overnachtingsmogelijkheden aan het water om sloepvaarders naar Noord – Oost Friesland te trekken, bolders in plaats van ringen, verbinden van deze route naar Eernewoude en het Bilt”. Watersportondernemers en havenmeesters als Rob en Gerke hebben veel ideeën en kunnen die ook gewoonlijk goed realiseren maar stuiten op trage overheden. Zij hebben medewerking van de provincie nodig bijvoorbeeld bij het verkrijgen van vergunningen voor uitvoering van hun plannen.
Uiteindelijk moeten deze ondernemers het doen. Zij kunnen het en doen het met veel plezier.

Meer informatie en ook adviezen van de havenmeester op www.nautisch-instituut-noord-nederland.nl

John Coenders

PW 18

Recreatievaarders; “kijk vaak achterom, zorg dat je goed zicht hebt rondom, ga goed voorbereid op weg en ken je plaats op het water,” dat zijn de belangrijkste boodschappen van Luuck van Ellen en Taeke Venema aan watersporters. Met Taeke en Luuck vaar ik een dag mee op de PW 18, een inspectievaartuig van de provincie Groningen. Luuck komt oorspronkelijk uit de Garnalenvisserij en Taeke uit de binnenvaart. Mannen met een brede ervaring op de water en een goed oog voor wat daar speelt. En dat is te merken.
Op het van Starkenborghkanaal horen we dat een pleziervaartuig op het Reitdiep, na aanroepen van de Platvoetbrug, de terugmelding krijgt “u krijgt zo dadelijk een opening, er is nu nog druk vrachtverkeer op het van Starkenborghkanaal”.

PW18-inspectievaartuig van de provincie Groningen
Dit punt is een van de vaarwegknooppunten uit het project “ varen- doe-je-samen” , een project dat Koos Tegelaar, inspecteur scheepvaart bij de Provincie Groningen, een warm hart toedraagt.
We glijden het Reitdiep op waar Luuck en Taeke achtereenvolgens een melding maken van een schaap dat op zijn rug ligt, een watersporter aanspreken die ligt aangemeerd op een plek waar dat niet mag ( hij blijkt motorpech te hebben), notitie maken van schepen die afgemeerd liggen op 3 X 24 uurs plaatsen en een jonge motorbootvaarder die te hard voer staande houden. Zij bekijken vaarbewijs en registratiedocumenten. Als blijkt dat er voldoende reddingsvesten aan boord zijn, een brandblusser, en dat de jongeman een dodemansknop om had, schatten de mannen in niet te maken te hebben met een notoire hardvaarder. “Hij heeft zijn zaken goed voor elkaar” en het blijft bij een waarschuwing. Wat opvalt is de ontspannen sfeer die deze mannen met zich mee dragen in hun contacten met watersporters. Wel controleren maar altijd eerst goed luisteren en kijken.“ Dat ligt op het Reitdiep wel anders dan bijvoorbeeld op de grote vaarwegen” zo zegt Taeke. “Onze controlerende taken liggen daar wat scherper”, logisch gezien de drukte van het beroepsvaarverkeer.

PW18-inspectievaartuig van de provincie Groningen
“Op vaarwegen als het Reitdiep hebben we ook een dienstverlenende functie naar watersporters, we promoten ons mooie vaargebied”.
We passeren de sluis van Lammersburen en keren om. We genieten van het Reitdiep met zijn duidelijk zichtbare sporen uit een ver verleden, toen de zee nog tot aan Groningen reikte.
En het schaap bij Garnwerd staat weer op zijn poten.
Meer informatie over de taken van de scheepvaartinspectie en over “ varen-doe-je-samen” op www.nautisch-instituut-noord-nederland.nl

John Coenders

Maakt elektronische navigatie op de binnenwateren varen veiliger?

“Welke ton moet ik zien?” vraag ze van achter de helmstok. “De DD (Dokkumer Djip) 4 en dan de scheidingston”, geef ik terug. “Kan ik onderlangs de scheidingston of moet ik er boven langs?”
“Je kunt onderlangs, richting Zoutkamper ril, maar niet vanaf de DD4, want dan vaar je over een ondiepte”. Kaart en almanakken liggen voor me op tafel. Senneroog en de Sennerplaat glijden aan Stuurboord voorbij.
Een kotter zeilt vanaf het Lauwersmeer richting Zoutkamper Ril met een vrij krachtige bakstagswind. Voor ons betekent het opdraaien naar de Zoutkamperril een gijp. Volgens de achtergrondpeiling varen we het naderende zeilschip ruimschoots vrij.
Naast de papieren waterkaarten zijn er talloze apps en digitale kaarten ontwikkeld. “De moderne watersporter gebruikt de papieren kaarten en de almanakken voor planning en oriëntatie (zeg maar de reisvoorbereiding) en de apps voor de “realtime navigatie”, zegt Eelco Piena, ontwikkelaar van de nieuwe vaarkaarten met bijhorende app. “Kaart en apps vullen elkaar aan”.


Arno Beuken, (hoofdredacteur van de Waterkampioen) en John Meijers (samensteller van de Wateralmanak) stellen vast dat de verkoop van waterkaarten en Almanakken stabiel blijft. Maar zij zien ook de dwingende aandacht die schermen over het algemeen opeisen. Een scherm heeft de neiging alle aandacht naar binnen te zuigen; “vergelijk het met de mobielende fietser” zegt John Meijers. “Die ziet ook niets om zich heen”. Arno Beuken: “ik zie dat zeker de jongere en minder ervaren watersporter, meer op zijn elektronische hulpmiddelen dan op dan op eigen waarneming lijkt te gaan vertrouwen. En daardoor mogelijk het directe contact met zijn omgeving dreigt te verliezen”.
“Er is een tendens dat deze nieuwe watersporter vaker huurt dan dat hij eigenaar is”. Mogelijk dat hij, door de vertrouwdheid met elektronische hulpmiddelen in het algemeen en gebrek aan vaar-ervaring, meer is gaan leunen op elektronische navigatie op de binnenwateren.
Het vastgezogen worden in het scherm, vergroot volgens mij het gevaar van afnemende eigen waarneming en het daardoor mislopen van het informatie over landkenmerken, betonning, overige vaaraanwijzingen en het gedrag van andere watersporters. Om tijdens het varen en bij het aan- en afmeren goed te kunnen anticiperen op onverwachte situaties, is het herkennen en erkennen van wind en stroom en de effecten daarvan op het schip noodzaak.
“Blijf daarom altijd om je heen kijken en vertrouw nooit blind op kaarten of elektroniche navigatiemiddelen” doceert Eelco Piena. Inderdaad, zelf kijken is altijd beter dan blind vertrouwen.

Meer informatie www.nautisch-instituut-noord-nederland.nl/nautisch.

John Coenders

De kneep in de knoop

De sluis in lauwersoog  vult zich langzaam. Een drukte van belang. De prachtige Colin Archer trekt de aandacht. Vaart binnen, de achtertros wordt bijna achteloos op de verhaalpot gezet , vakkundig belegd op de bolder en ‘maakt vast’. Een schipper die weet waar de kneep zit.

‘ Om het losschieten van een knoop te voorkomen, heb je frictie nodig, en om frictie te doen ontstaan moet er enigerlei druk zijn. Deze druk in samenhang met de plek in de knoop waar die ontstaat heet de kneep. De betrouwbaarheid van een knoop lijkt enkel en alleen af te hangen van de kneep’ (Ashley, the book of knots). Het mooiste en meest eenvoudige voorbeeld is wel de enkele en de halve steek.

Ashley-book-of-knotshalve steek

Het losse eind wordt afgeknepen tegen een paal, balk of tegen het staande part.

De halve steek en de twee halve steken zijn wat mij betreft, naast de paalsteek,  de meest nuttige en gebruikte steken aan boord, eventueel met een extra rondtorn en slipsteek. Zoals voor alle knopen en steken geldt is de afwerking, lees borging, zeer belangrijk voor de veiligheid. Op de juiste manier gelegd gaat de steek nooit los, kapseist niet, maar trekt zich ook nooit vast en is dus altijd te breken.

 

Mensen gebruiken van oudsher knopen en steken om constructies te maken, materialen te verbinden, zaken op te hangen of te verplaatsen of als sierknopen. Maar  het gros van alle knopen en steken is ontwikkeld door zeelui  met name op de soms jarenlange walvisvaarten.

Gedegen kennis van lijnen, knopen en steken verhoogt  de veiligheid en het vaarplezier bij goed gebruik. Toch is die kennis en vaardigheid bij veel watersporters een ondergeschoven kindje. Mijn opvatting en ervaring is dat als je een goed inzicht hebt in het gebruik van touwwerk aan boord, je in alle situaties goed kunt redden en dat je vrijwel alles wat stukgaat, in elk geval provisorisch kunt repareren.

Stel je voor: afgemeerd of voor anker na een mooie vaardag daalt de rust over je heen. De boel aan kant en de al lager hangende zon aan de horizon. Een goed moment om, voor de koffie,  eens op zoek te gaan naar de kneep in een aantal knopen en steken. Of de kunst van het lijnwerpen en vastmaken te oefenen.

 

 

Informatie over knopen en steken, boeken  en handige sites www.nautisch-instituut-noord-nederland.nl/nautisch.

 

John Coenders

De sluiswachter

Op de dijk voor Lauwersoog tekenen drie imposante wachters de horizon in fel zonlicht, de R.J. Clevering sluizen. Ik stap binnen bij die andere wachters op de grens van zoet naar zout. Op vier zoemende schermen volgen zij de 11 bruggen en sluizen tussen Lauwersmeer en Groningen. Het uitgangspunt voor hun werk is “het bewaken en bevorderen van een veilig en vlot en vaarverkeer in samenhang met andere factoren”.

“Geconcentreerd, prachtig en verantwoordelijk werk waardoor ik elke dag met plezier naar mijn werk ga” zegt een van de sluiswachters.

R.J. Cleveringsluizen-Lauwersoog

Met de informatie op de schermen en hun vakmanschap anticiperen de sluiswachters op knelpunten en mogelijk gevaarlijke situaties. Denk bijvoorbeeld aan de oversteek van het Van Harinxmakanaal van het Reitdiep naar Groningen.

In het gesprek blijkt regelmatig met hoeveel passie dit werk wordt gedaan vanuit de gedachte “Varen doe je samen”. Daarbij zijn voor hen een roeiboot en een kajak schepen met dezelfde rechten en plichten als andere schepen, zoals geregeld in het Binnenvaart Politie Reglement.

De hoofdregel is altijd “Dat de sluiswachter bepaalt”. Hij of zij geeft via tekens op de sluis , dan wel via de marifoon of omroepinstallatie aan in welke volgorde hoe en waar er gevaren en afgemeerd moet worden.

Zij hebben overzicht over het geheel, waardoor er soms eens gewacht zal moeten worden in het belang van andere (beroeps) vaart in samenhang met de weersomstandigheden , meldingen van hulpdiensten of spertijden van de brug in verband met de aankomst vertrektijden van de boot naar Schiermonnikoog.

Zij merken op “ dat kennis en vaarvaardigheid van de watersporter is toegenomen, doordat meer watersporters hun vaarbewijs haalden, met de volgende kanttekeningen:

Als er een marifoon aan boord is dan uitluisteren op het juiste marifoonkanaal (dit is verplicht) en na aanroepen en het antwoord vanaf de sluis graag de ontvangst bevestigen. Indien er geen marifoon aan boord is graag aanmelden via de aanmeldknop.

Ook vragen zij nog eens aandacht voor de overgang van zoet naar zout en voor het aanmeren met de wind van achter. In beide gevallen eerst de achtertros vast. En als het dan toch mis gaat graag de goede omgangsvormen in acht blijven nemen. Zodat er geen tassen op de muur hoeven te worden gezet en boze bemanningsleden op de bus stappen.

Meer informatie over openingstijden, regels met betrekking tot het in – en uitvaren van sluizen en aanmeren vindt u op www.nautisch-instituut-noord-nederland.nl/nautisch

 

John Coenders

uitleg van deze pagina

Op deze site vindt u de columns “ Watersport uit de Nieuwe Dockumer Courant en het Kollumer Courant. Deze bladen willen via deze weg en deze site een bijdrage leveren aan veiligheid, vaarvaardigheid en algemene kennis op watersportgebied. Met name voor de Regio Noord Nederland.

Op deze site wordt onder het kopje Nautisch het onderwerp uit de column uitgediept. Dit onderdeel van de site wordt een nautische kennis- en naslagsite.

Lezers worden van harte uitgenodigd om via de contact pagina te reageren en onderwerpen aan te reiken.